Lid worden? Klik hier

Inloggen leden


Wachtwoord vergeten?

Nieuws

Nieuwe vakantiewetgeving per 1 januari 2012

Datum: 20-01-2012

Met ingang van 1 januari 2012 is de wetgeving die de opbouw van vakantierechten regelt, gewijzigd. De gewijzigde wetgeving komt voort uit rechtspraak van het Europese Hof van Justitie. Volgens het Europese Hof mag er ten aanzien van de vakantieopbouw geen onderscheid worden gemaakt tussen arbeidsgeschikte werknemers en arbeidsongeschikte werknemers.

De nieuwe wetgeving heeft ook gevolgen voor de verjaringstermijn van de vakantiedagen en voor de vakantie van de arbeidsongeschikte werknemer. Hierna treft u een uiteenzetting aan van de bepalingen ten aanzien van de vakantieopbouw en verjaringstermijn van een arbeidsgeschikte werknemer.

Wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen
Er is een onderscheid te maken tussen wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen. Op grond van artikel 7:634 lid 1 BW heeft de werknemer recht op vakantie ter hoogte van 4 maal de arbeidsduur per week. Een fulltime werknemer heeft dus wettelijk gezien recht op 20 vakantiedagen per jaar (4 x 5 dagen). De CAO voor het Metaalbewerkingsbedrijf kent echter in artikel 50 de fulltime werknemer 192 vakantie-uren (in de regel 24 vakantiedagen) per jaar toe. Het aantal vakantiedagen dat het wettelijke aantal overstijgt, worden de bovenwettelijke vakantiedagen genoemd. In dit geval zijn dat dus bij een fulltimer, in de regel 4 vakantiedagen (32 vakantie-uren). Ook in CAO-artikel 51, dat handelt over seniorenuren, is sprake van bovenwettelijke vakantie-uren.

De CAO in de Metalektro kent in artikel 5.3 de fulltime werknemer 27 vakantiedagen per jaar toe (met uitzondering van werknemers die onder de seniorenurenregeling vallen). Vakantiedagen die het wettelijke aantal overstijgen (voor een fulltimer 7 vakantiedagen) zijn bovenwettelijke vakantiedagen. Voor de opbouw ten aanzien van de vakantiedagen geldt dat zowel de arbeidsgeschikte werknemer als arbeidsongeschikte werknemer wettelijke als bovenwettelijke vakantiedagen opbouwt.

Verjaringstermijn wettelijke vakantiedagen
De vervaltermijn van de opgebouwde wettelijke dagen is in principe zes maanden na het jaar waarin de vakantierechten zijn ontstaan. Voorheen was de verjaringstermijn vijf jaar na het jaar waarin de vakantiedagen zijn ontstaan. Dit betekent dat de wettelijke vakantierechten die in 2012 opgebouwd worden, voor 1 juli 2013 opgenomen moeten worden, anders komen deze wettelijke vakantiedagen te vervallen. De vakantierechten met de kortste verjaringstermijn worden als eerste opgenomen.

Verjaringstermijn bovenwettelijke vakantiedagen
Zowel de verjaringstermijn van de vakantiedagen van voor 1 januari 2012 als die van de bovenwettelijke vakantiedagen blijft vijf jaar na het jaar waarin de vakantiedagen zijn ontstaan. Deze verjaringstermijn begint te lopen op de laatste dag van het kalenderjaar waarin de aanspraak is ontstaan. De oudste rechten worden het eerst opgenomen.

Vakantiedagen sparen voor een individueel doel
CAO voor het Metaalbewerkingsbedrijf.
In uitzondering op het voorgaande is door CAO-partijen bepaald dat een werknemer in een periode van vijf jaar maximaal zes maanden aan verlofdagen/uren mag sparen ter aanwending voor een individueel doel.

Vakantiedagen sparen volgens de CAO in de Metalektro
De CAO in de Metalektro geeft aan dat de werknemer bovenwettelijke vakantiedagen kan sparen tot een maximum van 13 maal de overeengekomen arbeidsduur per week. Deze gespaarde vakantiedagen verjaren niet.

Op de Metaalunie Ledenportal vindt u onder info & advies > Personeel en arbeid > vakantiewetgeving uitgebreide notities over dit onderwerp.
Meer informatie (voor Metaalunie-leden): Afd. Ledenadvies, Team Sociaaljuridisch, 030-60.33.44 of socjur@metaalunie.nl

« Terug naar overzicht